EN | FR | NL

FAQ

1. Wat wordt juridisch beschouwd als kinderporno?

De verspreiding van bepaalde vormen van pornografie (dus niet toegespitst op kinderpornografie) wordt gesanctioneerd in art.383 van het Strafwetboek. Dit artikel, dat openbare zedenschennis bestraft, heeft betrekking op "liederen, vlugschriften of andere geschriften, al dan niet gedrukt, afbeeldingen of prenten, die strijdig zijn met de goede zeden. »
Daarmee wordt het begrip pornografie niet erg helder afgelijnd, hoewel meteen duidelijk wordt dat de wet toepasbaar is op zowel teksten, beelden als geluiden, en ongeacht de drager waarop het materiaal werd vastgelegd. Het kan onder andere gaan om afbeeldingen, video's, CD's, en vanzelfsprekend ook het internet.

 

Niet alle pornografie is in België verboden. Het verbod is enkel van toepassing op extreme porno die door de maatschappij als aanstootgevend worden ervaren, zoals bondage, bestialiteit of andere parafiliën. Het criterium om te beoordelen welk materiaal precies moet worden beschouwd als verboden pornografie wordt niet in de wet vastgelegd, zodat rechters dit geval per geval zullen moeten bekijken. Vaak gehanteerde maatstaven daarbij zijn dat het materiaal "het schaamtegevoel van de doorsnee burger" moet kwetsen, zoals dit "door het collectief bewustzijn van het ogenblik wordt aangevoeld". Er bestaat met andere woorden geen eenduidige regel, zodat rechters zich moeten baseren op wat de gemiddelde burger als ongeoorloofd pornografisch zou aanvoelen.

 

Sinds 1995 bevat het Strafwetboek ook nog een artikel 383bis dat enkel betrekking heeft op kinderporno. Het onderscheid met pornografie bestaat erin dat het materiaal houdingen of seksuele handelingen met pornografisch karakter moet voorstellen waarbij minderjarigen betrokken zijn of worden voorgesteld. Een oudere bepaling die het toepassingsgebied van dit artikel beperkte tot minderjarigen beneden 16 jaar werd in 2000 afgeschaft.


Het is belangrijk op te merken dat de feitelijke betrokkenheid van een minderjarige van geen enkel belang is. Ook indien de beelden enkel minderjarigheid suggereren kan er sprake zijn van kinderpornografie, evenals als bij tekeningen of computergegenereerde afbeeldingen.
Naast de leeftijdsvereiste is er nog een tweede belangrijke verschilpunt met artikel 383. Er kan namelijk alleen sprake zijn van kinderporno in de juridische zin van het woord bij "zinnebeelden, voorwerpen, films, foto's, dia's of andere beelddragers". Het gaat met andere woorden enkel om visuele dragers, en dus niet om teksten of loutere geluidsopnames. Deze twee groepen vallen wel onder de omschrijving van pornografie in het algemeen.

2. Kan de opsteller van een boodschap met een kinderpornografisch karakter die wordt verspreid via het internet strafrechtelijk worden vervolgd?

Op het internet gelden wat kinderpornografie betreft dezelfde wetten als in het alledaagse leven. De voornaamste bepalingen zijn hierbij artikel 380ter en 383bis van het Strafwetboek.

Artikel 380ter treedt daarbij op de eerste plaats op tegen de verspreiding van berichten waarin reclame wordt gemaakt voor diensten van seksuele aard die worden aangeboden door minderjarigen of door personen van wie wordt beweerd dat zij minderjarig zijn. De reclame moet dus betrekking hebben op een dienst die wordt geleverd door minderjarigen. Reclame voor een site met kinderpornografie lijkt hier niet onder te vallen.


Een tweede bepaling van artikel 380ter stelt echter alle reclame voor diensten van seksuele aard strafbaar, als deze diensten worden verleend bij wege van een telecommunicatiemiddel. Hieronder valt dus ook reclame voor sites met een kinderpornografische inslag.

Artikel 383bis heeft enerzijds betrekking op de verspreiding van kinderpornografie, en anderzijds op het bezit ervan. Beide zijn echter strafbaar! Op het bezit van kinderpornografie komen we zo meteen terug.


De strafbaarstelling van ‘verspreiding' is feitelijk nog iets ruimer geformuleerd, en bestraft iedereen die kinderpornografie "tentoonstelt, verkoopt, verhuurt, verspreidt, uitzendt of overhandigt, ze met het oog op de handel of de verspreiding vervaardigt of in voorraad heeft, invoert of doet invoeren, [of] aan een vervoer- of een distributieagent overhandigt." Het gaat kortom om nagenoeg iedereen die betrokken is in de exploitatie of verdeling van kinderpornografie.

 

Toegepast op het internet zal vooral het verbod op verkoop en verspreiding van kinderpornografie van belang zijn. Iemand die afbeeldingen met een kinderpornografische inslag plaatst op een website of in een nieuwsgroep, of die massaal e-mailberichten met een dergelijke inhoud rondzendt valt hier onmiskenbaar onder.

 

De wet sanctioneert de verspreiding van kinderpornografie met opsluiting van vijf jaar tot tien jaar en met een geldboete van 2.500 tot 50.000 Euro. Hiervoor moet het openbaar ministerie eerst een vervolging instellen, hetzij op basis van een aangifte, hetzij uit eigen initiatief.

Voor een aangifte van de verspreiding van kinderpornografie verwijzen we naar de website van Child Focus (link formulier) of het Meldpunt van de Federale Politie (link www.ecops.be).

3. Is het bekijken van kinderpornografie op het internet strafbaar?

De Belgische wetgeving spreekt nergens expliciet over het ‘bekijken' van kinderporno, maar enkel over het bezit ervan. In de huidige stand van zaken is het echter zo dat het bekijken van gegevens op het internet steeds vereist dat er een plaatselijke kopie van de gegevens op uw eigen computer wordt gemaakt. Deze kopie kan bestaan in het werkgeheugen, op de harde schijf, of op beide locaties. Op die manier zal het bekijken van kinderpornografie dus resulteren in een minstens tijdelijk bezit ervan.

 

Een dergelijke tijdelijke kopie wordt echter meestal onopzettelijk gemaakt, zonder dat de gebruiker er zich van bewust is. Het is dus meestal niet zijn bedoeling de kinderpornografie onder zich te houden. Artikel 383bis vereist echter dat de internaut "wetens" kinderpornografie bezit, zodat een dergelijke tijdelijke en louter technische opslag niet kan worden beschouwd als een strafbaar bezit. Iemand die toevallig kinderpornografie tegenkomt op het internet zonder hier bewust een kopie van te maken is dus niet strafbaar.

 

Volledig anders is de situatie wanneer men wel bewust een kopie maakt. Dit is bijvoorbeeld het geval bij kinderpornografie die opzettelijk en doelbewust wordt gedownload van een website, een nieuwsgroep of van een uitwisselingsnetwerk als Kazaa. Zo'n opslag van kinderpornografisch materiaal resulteert natuurlijk wel in het opzettelijke bezit ervan, en is dus strafbaar volgens artikel 383bis.

 

De vastgelegde straf behelst een gevangenisstraf van een maand tot een jaar en een geldboete van 500 tot 5.000 Euro. Hiervoor moet het openbaar ministerie eerst een vervolging instellen, hetzij op basis van een aangifte, hetzij uit eigen initiatief.

 

Om een aangifte te doen van het bezit van kinderpornografie wendt u zich best tot uw plaatselijke politiekantoor. Hierbij raden we aan in het proces-verbaal een expliciet verzoek laten opnemen om uw aangifte ook door te geven aan de dienst Mensenhandel. Dit zal bij een eventueel later onderzoek door het parket toelaten sneller verbanden tussen verschillende dossiers te leggen, aangezien de dienst Mensenhandel de coördinatie van deze dossiers verzorgt.

4. Is de toegangsleverancier (access provider) verantwoordelijk voor de inhoud waartoe hij toegang verleent?

In beginsel bevat het Strafwetboek geen specifieke bepalingen over de strafrechtelijke aansprakelijkheid van de access provider, en moet hij dus worden beoordeeld volgens dezelfde normen als particulieren.


Over de verantwoordelijkheid van access providers werd er zowel in België als in het buitenland veel gedebatteerd (en soms geprocedeerd), met wisselende resultaten. De problematiek is daarbij de volgende.

 

Men kan de access provider in zijn meest elementaire vorm beschouwen als de dienstverlener die het mogelijk maakt een verbinding te maken met het internet, en via het internet gegevens uit te wisselen. In de meest beperkte optiek blijft zijn rol dus beperkt tot die van een passief doorgeefluik, dat weinig tot geen controle kan uitoefenen over de inhoud die zijn abonnees opvragen. In die hypothese lijkt het moeilijk hem strafrechtelijk verantwoordelijk te stellen voor deze inhoud.


Een iets concretere regelgeving die de beoordeling van deze problematiek vergemakkelijkt vinden we in de wetten van 11 maart 2003 betreffende de diensten van de informatiemaatschappij. Hierin werd een hoofdstuk opgenomen dat gewijd is aan de aansprakelijkheid van dienstverleners die als tussenpersoon optreden. De aansprakelijkheid van een dienstverlener die enkel functioneert als doorgeefluik wordt in principe uitgesloten, als er voldaan werd aan bepaalde voorwaarden. Deze voorwaarden worden hier in detail besproken.
In principe is een access provider dus niet aansprakelijk wanneer er kinderpornografie wordt doorgegeven op zijn netwerk, op voorwaarde dat zijn rol beperkt blijft tot die van een louter doorgeefluik.

 

Vele access providers hebben echter een grotere controle over bepaalde geleverde diensten. Het gaat over een brede waaier van mogelijke toepassingen, waaronder het aanbieden van toegang tot nieuwsgroepen, het huisvesten van websites (zogenaamd hosting) of het inrichten van discussiefora. Hier kan de verantwoordelijkheid van de acces provider groter zijn, en op dit probleem gaan we hieronder in.

5. Is de verantwoordelijke van een web server verantwoordelijk voor de inhoud van de pagina's op zijn server?

Het verschil met de dienstverlening van de access provider zoals die hierboven werd beschreven bestaat erin dat de verantwoordelijke van een web server niet alleen gegevens doorgeeft, maar dat hij instaat voor de beschikbaarheid ervan. Dit houdt geenszins in dat de inhoud door hem wordt opgesteld of gecontroleerd, maar enkel dat de informatie wordt gehuisvest op computersystemen die onder zijn controle staan.

 

Het zou in de praktijk erg moeilijk zijn voor de verantwoordelijke van een web server om elke pagina van elke site op zijn servers na te kijken op illegale inhoud. De vrijstelling van aansprakelijkheid die werd toegekend aan access providers komt daarom in principe ook toe aan de verantwoordelijke van een web server. Hierbij moet overigens worden opgemerkt dat het hier vaak om dezelfde dienstverleners gaat. Vele access providers stellen namelijk webruimte beschikbaar aan hun abonnees, zodat ze voor deze pagina's ook fungeren als webhosts.


Ook hier werd de vrijstelling van aansprakelijkheid gekoppeld aan bepaalde voorwaarden. Deze voorwaarden worden hier in detail besproken. In grote lijnen kunnen we stellen dat de verantwoordelijken enkel zijn vrijgesteld als zij niet op de hoogte waren van de aanwezigheid van kinderpornografie op hun systeem, en dat ze meteen alle haalbare stappen ondernamen om het materiaal ontoegankelijk te maken nadat ze op de hoogte werden gebracht van het probleem.

 

Hoewel deze wetgeving dateert van 2003, werden deze regels eigenlijk in België al langer toegepast. In 1999 werden er namelijk zeer gelijkaardige afspraken vastgelegd in een samenwerkingsprotocol tussen de Belgische Justitie en de access providers die zich verenigd hadden in de Belgische ISPA (Internet Service Providers Association). Illegale inhoud kan daarbij door gebruikers rechtstreeks worden gerapporteerd hetzij bij de Federale Politie, hetzij bij een meldpunt dat de access provider zelf inricht. Deze kan dan de benodigde informatie doorgeven, waarna de Federale Politie de zaak verder afhandelt. Voor meer informatie verwijzen we naar de websites van Child Focus en van het ISPA.

 

Dezelfde regel geldt ook voor andere informatiediensten op het internet waarbij de verantwoordelijke rechtstreeks controle zou kunnen uitoefenen op het materiaal: de verantwoordelijke is strafrechtelijk niet aansprakelijk, tenzij hij op de hoogte was van de aanwezigheid van kinderpornografie en niet de nodige stappen ondernam om het materiaal ontoegankelijk te maken.

 

Het meest in het oog springende voorbeeld dat in deze context vaak ter sprake komt is de toegang tot nieuwsgroepen. Nagenoeg elke access provider biedt zijn abonnees namelijk toegang tot nieuwsgroepen, die elk gewijd zijn aan een min of meer duidelijk afgelijnd thema. Gezien het enorme aantal berichten dat dagelijks in deze groepen wordt geplaatst zou het onbegonnen werk zijn elk bericht individueel te controleren. Het is echter ook mogelijk en zelfs relatief eenvoudig om de toegang tot een volledige nieuwsgroep te ontzeggen aan alle abonnees. Aangezien bepaalde nieuwsgroepen gemakkelijk herkenbaar zijn als uitwisselplaatsen voor kinderpornografisch materiaal (bijvoorbeeld omwille van een naam als alt.binaries.pictures.pedophilia) mag men verwachten dat de toegang tot deze nieuwsgroepen wordt ontzegd aan de abonnees. Een access provider die deze verantwoordelijkheid niet neemt zou ervan kunnen worden beschuldigd hierdoor de verspreiding van kinderpornografie te vergemakkelijken, wat zou kunnen resulteren in vervolging op basis van artikel 383bis.

Specifieke diensten die worden ingericht door access providers en waarvan zij hebben toegezegd deze te controleren (zoals bijvoorbeeld internetfora) moeten daarna ook effectief in de gaten worden gehouden om ze vrij te houden van kinderpornografisch materiaal. Zoniet riskeren de providers strafrechtelijk aansprakelijk te worden gesteld. Een access provider die zich heeft verbonden tot het modereren van de inhoud van bepaalde diensten heeft daarna dus ook de juridische verantwoordelijkheid om het materiaal effectief uit te filteren.

6. Wat is de verantwoordelijkheid van een telecommunicatie-operator?

De rol van een telecomoperator is beperkt tot het onderhouden van en leveren van toegang tot een infrastructuur die toelaat gegevens te transporteren. De operator heeft echter geen enkel inzicht in de aard van de gegevens, en kan dus ook onmogelijk bepalen of de inhoud al dan niet een illegaal karakter heeft. De operatoren spelen dus de rol van een zuiver doorgeefluik, zoals we hierboven ook reeds hebben beschreven.


Dit lijkt strafrechtelijke aansprakelijkheid uit te sluiten, aangezien enkel opzettelijke verspreiding strafbaar is. Dit vereist dus dat men willens en wetens kinderpornografie verspreidt, wat bij een telecomoperator nagenoeg nooit het geval zal zijn.


Men kan een operator dan ook niet strafrechtelijk vervolgen voor de verspreiding van kinderpornografie, zolang deze zich niet bewust is van de aard van de gegevens, en dit ook niet kan zijn.

7. Wat is de verantwoordelijkheid van betaalinstellingen?

Voor betaalinstellingen (VISA, American Express,...) geldt grosso modo hetzelfde als voor telecommunicatie-operatoren: als zij er zich niet van bewust zijn dat hun diensten worden misbruikt voor de verspreiding van kinderpornografie, dan kunnen ze hiervoor ook niet strafrechtelijk worden vervolgd.


Indien zij wel bewust de uitwisseling van kinderporno op het internet zouden vergemakkelijken, dan zouden ze wel in de strafrechtelijke vervolging kunnen worden betrokken als medeplichtigen van de daders.

8. Kan een werkgever strafrechtelijk worden vervolgd voor een werknemer die op zijn computer kinderpornografisch materiaal heeft staan?

Niet als dusdanig. Het bezit van kinderpornografie is enkel strafbaar indien men "wetens" het materiaal bezit. Als dit niet het geval is, dan kan de werkgever strafrechtelijk niet worden vervolgd.


Als hij daarentegen wel op de hoogte is van de aanwezigheid van kinderporno op de computer van een van zijn werknemers, en hij verzuimt stappen te ondernemen (bv. door de aangifte van het bezit), dan kan hij wel strafrechtelijk worden vervolgd. Daarbij is het irrelevant of de werkgever een natuurlijke dan wel een rechtspersoon is.

FAQ opgesteld door het ICRI, gecoördineerd door Hans Graux